Geschiedenis

De geschiedenis van de vrijwillige brandweer Driemond gaat terug tot 1935, toen de naam 'Driemond' nog niet bestond en er nog sprake was van de gemeente Weesperkarspel, die zich uitstrekte van Duivendrecht tot Ankeveen en Nigtevecht. In dat jaar werd de eerste autospuit aangeschaft en per 1 januari 1936 werd een vrijwillig brandweerkorps benoemd, bestaande uit acht man. De autospuit werd na de oorlog geplaatst in Geinbrug, wat nu Driemond heet; het spuithuis stond bij de begraafplaats.

In 1956 werd de oude autospuit vervangen door een nieuwe en tien jaar later, op 1 augustus 1966, werd de gemeente Weesperkarspel opgeheven en verdeeld over Weesp en Amsterdam, waarmee de Bijlmermeer kon worden bebouwd. De vrijwillige brandweer in Driemond kwam bij Amsterdam en werd in de loop der jaren uitgebreid van 14 naar 22 man. Mede door die uitbreiding was het spuithuis te klein en toen er in 1978 een Mercedes-autospuit van het Amsterdamse model werd geplaatst, was er nauwelijks ruimte om in te stappen.

Het gebouwtje van de Plantsoenendienst in de Lentestraat werd in eigen beheer onder handen genomen en omgetoverd tot brandweerkazerne, die in 1980 plechtig kon worden geopend. Ook dat gebouwtje begon al snel te knellen en van januari tot september 2001 werd er een compleet nieuwe kazerne op de plaats van de oude gezet. De autospuit stond zolang in een romneyloods en een nabijgelegen woning fungeerde als verkleedruimte. Sinds eind september 2001 staat er een nieuwe kazerne, die bij de opening de naam 'Máxima' meekreeg, naar de toenmalige verloofde van de kroonprins.

Het korps heeft tegenwoordig niet alleen een complete tankautospuit, maar ook een motorspuitaanhanger en een adembeschermingswagen. Naast de branden en brandjes in het eigen gebied heeft Driemond vooral veel bijgesprongen in Amsterdam. Bij de Bijlmerramp waren ze er als de eerste bij en bij menig grote brand in het zuidoosten van Amsterdam zijn ze als één van de eersten ingezet.

Gein Spuiter